Naar de inhoud

begroeten

bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven aan iemand

begroeten

werkwoord bəˈɣrutə(n)

Betekenis

  1. bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven aan iemand

Hoe spreek je begroeten uit?

/bəˈxrutən/

Begroeten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈxrutən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
x acht
r rood
u boek
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven transitive
  2. wederkerig wederzijds tekenen van erkenning en welwillendheid geven bij een ontmoeting

Vervoeging van begroeten

begroetenhele werkwoord — begroetteverleden tijd enkelvoud — begroettenverleden tijd meervoud — begroetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begroet begroette
jij begroet begroette
hij, zij, het begroet begroette
wij begroeten begroetten
jullie begroeten begroetten
zij begroeten begroetten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begroet gebiedende wijs
begroet verleden tijd, deelwoord
begroet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begroet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begroet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begroet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begroet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begroet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begroet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begroet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begroet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begroet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begroete aanvoegende wijs
begroetend onvoltooid, deelwoord
begroette verleden tijd
ben begroet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begroet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begroet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begroet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begroet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begroet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begroet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begroet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begroet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begroet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begroet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begroet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begroet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begroet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begroet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begroet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begroet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begroet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begroet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begroet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begroet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begroet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begroet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begroet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begroet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begroet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begroet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begroeten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begroet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begroeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begroet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begroet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begroet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begroet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begroet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begroet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begroet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begroet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begroet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begroet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begroet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begroet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begroet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begroet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begroet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begroet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begroet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begroet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begroet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begroet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begroet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begroet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begroet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begroet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begroet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begroet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begroet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begroeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begroeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begroeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn begroet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begroet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begroet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begroet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begroet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begroet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begroet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begroet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begroet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begroet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begroet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begroet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begroet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begroeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begroeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begroeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden begroet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begroet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begroet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begroet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begroet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begroet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begroet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begroet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begroet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begroeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begroeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begroeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt begroet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begroet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begroet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begroeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen begroet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begroet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begroet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begroet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begroet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begroet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begroet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begroet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begroet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begroeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begroeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begroeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begroeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult begroet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begroet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begroet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begroeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van groeten met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van begroeten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
begroet voltooid deelwoord begroeten
begroete aanvoegende wijs begroeten
begroetend onvoltooid deelwoord begroeten
begroetende woordvorm begroeten
begroette verleden tijd begroeten
begroetten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon begroeten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begroeten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over begroeten

Hoe spreek ik begroeten uit?
Zo spreek je begroeten uit: /bəˈɣrutə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van begroeten?
Begroeten is een werkwoord. De betekenis is: bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven aan iemand. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik begroeten?
Zo vervoeg je begroeten zo: de tegenwoordige tijd is begroet, de verleden tijd is begroette en het voltooid deelwoord is begroet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op begroeten?

Begroeten rijmt op 17 woorden op -ten; ontmoeten, groeten en moeten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op begroeten, uitspraak bəˈxrutən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ontmoeten 3
groeten 2
moeten 2
newton 2
boeten 2
zoeten 2
toeten 2
aanrijrouten 4
aanvliegrouten 4
aanvoerrouten 4
aleoeten 4
lotusvoeten 4
mazouten 3
migratierouten 5
millinewton 4
voeten 2
zoetten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord begroeten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

begroeten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

begroeten in het kort

begroeten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van begroeten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort begroeten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

begroeten: bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven aan iemand
Deel begroeten — standaardnederlands.nl