Naar de inhoud

moeten

gedwongen zijn

moeten is meer dan één woord

moeten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmutən

Betekenis

  1. gedwongen zijn

Hoe spreek je moeten uit?

/ˈmutən/

Moeten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmutən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
u boek
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. : gedwongen/genoodzaakt zijn om modal, verb
  2. : verplicht zijn om modal, verb
  3. mogelijk zijn, mogen ww [6], in deze betekenis alleen in de onvoltooid verleden tijd modal, verb
  4. modaal werkwoord: zeer dringend noodzakelijk zijn

Vervoeging van moeten

moetenhele werkwoord — moestverleden tijd enkelvoud — moestenverleden tijd meervoud — gemoetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik moet moest
jij moet moest
hij, zij, het moet moest
wij moeten moesten
jullie moeten moesten
zij moeten moesten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemoeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemoeten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemoeten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemoeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemoeten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemoeten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemoeten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemoeten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemoeten verleden tijd, deelwoord
gemoeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemoeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemoeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemoeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemoeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemoeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemoeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemoeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemoeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemoeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemoeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemoeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemoeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemoeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemoeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemoeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemoeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
moest verleden tijd
moet gebiedende wijs
moete aanvoegende wijs
moetend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemoeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te moeten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen moeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemoeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemoeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemoeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal moeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal moeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal moeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemoeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemoeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemoeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou moeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou moeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou moeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemoeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemoeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemoeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden moeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden moeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden moeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemoeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt moeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemoeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemoeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemoeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen moeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen moeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen moeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen moeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemoeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult moeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord moet

Herkomst

erfwoord, in de betekenis van ‘mogelijk zijn, kunnen’ aangetroffen vanaf 1100, in die van ‘verplicht zijn, behoren’ vanaf 1201

Woordfamilie van moeten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemoeten voltooid deelwoord moeten
moesten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon moeten
moete aanvoegende wijs moeten
moetend onvoltooid deelwoord moeten
moetende woordvorm moeten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moeten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over moeten

Hoe spreek je moeten uit?
De uitspraak van moeten is: /ˈmutən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent moeten?
Moeten is een werkwoord. Het woord betekent: gedwongen zijn. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je moeten?
Je vervoegt moeten als volgt: de tegenwoordige tijd is moet, de verleden tijd is moest en het voltooid deelwoord is gemoeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op moeten?

Er staan 17 woorden in dit woordenboek die op moeten rijmen, waaronder ontmoeten, groeten en begroeten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op moeten, uitspraak ˈmutən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ontmoeten 3
groeten 2
begroeten 3
newton 2
boeten 2
zoeten 2
toeten 2
aanrijrouten 4
aanvliegrouten 4
aanvoerrouten 4
aleoeten 4
lotusvoeten 4
mazouten 3
migratierouten 5
millinewton 4
voeten 2
zoetten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord moeten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

moeten levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

moeten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

moeten in het kort

moeten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van moeten zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort moeten bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

moeten: gedwongen zijn
Deel moeten — standaardnederlands.nl