Naar de inhoud

binden

vastmaken (evt. figuurlijk), bevestigen

binden

werkwoord ˈbɪndə(n)

Betekenis

  1. vastmaken (evt. figuurlijk), bevestigen
  2. iets om iets anders leggen
  3. dikker maken van een saus meestal door bloem
  4. niet meer helemaal vrij zijn
  5. vastmaken

Hoe spreek je binden uit?

/ˈbɪndən/

Binden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɪndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɪ pit
n nek
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van binden

bindenhele werkwoord — bondverleden tijd enkelvoud — bondenverleden tijd meervoud — gebondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bind bond
jij bindt bond
hij, zij, het bindt bond
wij binden bonden
jullie binden bonden
zij binden bonden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bind gebiedende wijs
binde aanvoegende wijs
bindend onvoltooid, deelwoord
bond verleden tijd
er is gebonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebonden verleden tijd, deelwoord
gebonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te binden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen binden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal binden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal binden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal binden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou binden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou binden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou binden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden binden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden binden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt binden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen binden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen binden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen binden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen binden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult binden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘met touw vastmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Woordfamilie van binden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bind gebiedende wijs binden
binde aanvoegende wijs binden
bindt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon binden
bondt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon binden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over binden

Hoe spreek ik binden uit?
Zo spreek je binden uit: /ˈbɪndə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van binden?
Binden is een werkwoord. De betekenis is: vastmaken (evt. figuurlijk), bevestigen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik binden?
Zo vervoeg je binden zo: de tegenwoordige tijd is bind, de verleden tijd is bond en het voltooid deelwoord is gebonden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op binden?

Er staan 12 woorden in dit woordenboek die op binden rijmen, waaronder vinden, verbinden en plaatsvinden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op binden, uitspraak ˈbɪndən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vinden 2
verbinden 3
plaatsvinden 3
bevinden 3
winden 2
ondervinden 4
ontbinden 3
omwinden 3
verblinden 3
blinden 2
winterlinden 4
zwinden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord binden is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

binden levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

binden telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

binden in het kort

binden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van binden staan er 41 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort binden bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

binden: vastmaken (evt. figuurlijk), bevestigen
Deel binden — standaardnederlands.nl