ondervinden
werkwoord /ˌɔndərˈvɪndə(n)/Betekenis
- door ervaring ergens achter komen
- door directe beleving ervaren
Hoe spreek je ondervinden uit?
/ˌɔndərˈvɪndən/
Ondervinden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| v | vis |
| ɪ | pit |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ondervinden
ondervindenhele werkwoord — ondervondverleden tijd enkelvoud — ondervondenverleden tijd meervoud — ondervondenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ondervind | ondervond |
| jij | ondervindt | ondervond |
| hij, zij, het | ondervindt | ondervond |
| wij | ondervinden | ondervonden |
| jullie | ondervinden | ondervonden |
| zij | ondervinden | ondervonden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ondervonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ondervonden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ondervonden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ondervonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ondervonden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ondervonden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ondervonden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ondervonden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondervonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondervonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondervonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondervonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondervonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondervonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondervonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondervonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ondervind | gebiedende wijs |
| ondervinde | aanvoegende wijs |
| ondervindend | onvoltooid, deelwoord |
| ondervond | verleden tijd |
| ondervonden | verleden tijd, deelwoord |
| ondervonden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondervonden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondervonden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondervonden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondervonden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondervonden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondervonden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondervonden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondervonden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondervonden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben ondervonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ondervinden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ondervinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ondervonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondervonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ondervonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondervonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ondervonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ondervonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ondervonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ondervonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ondervonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondervonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondervonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ondervonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondervonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ondervonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ondervonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondervonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondervonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondervonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondervonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondervonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ondervonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondervonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondervonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondervonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondervonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondervonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ondervonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondervonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ondervinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ondervonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondervonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondervonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondervonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondervonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondervonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ondervinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ondervonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondervonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondervonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en vinden ww
Woordfamilie van ondervinden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondervind | gebiedende wijs | ondervinden |
| ondervinde | aanvoegende wijs | ondervinden |
| ondervindend | onvoltooid deelwoord | ondervinden |
| ondervindende | woordvorm | ondervinden |
| ondervindt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ondervinden |
| ondervond | verleden tijd | ondervinden |
| ondervonden | voltooid deelwoord | ondervinden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ondervinden zijn vastgelegd.