Naar de inhoud

verblinden

beroven van het vermogen te zien

verblinden

werkwoord vərˈblɪndə(n)

Betekenis

  1. beroven van het vermogen te zien
  2. een illusie geven aan, misleiden

Hoe spreek je verblinden uit?

/vərˈblɪndən/

Verblinden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈblɪndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
b bak
l land
ɪ pit
n nek
d dak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verblinden

verblindenhele werkwoord — verblinddeverleden tijd enkelvoud — verblinddenverleden tijd meervoud — verblindvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verblind verblindde
jij verblindt verblindde
hij, zij, het verblindt verblindde
wij verblinden verblindden
jullie verblinden verblindden
zij verblinden verblindden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verblind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verblind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verblind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verblind impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verblind impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verblind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verblind worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verblind zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verblind worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verblind zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verblind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verblind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verblind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verblind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verblind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verblind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verblind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verblind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verblind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verblind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verblind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verblind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verblind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verblind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verblind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verblind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verblind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verblind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verblinden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verblinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblind gebiedende wijs
verblind verleden tijd, deelwoord
verblind te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verblind te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verblind te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblind te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblind te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verblind worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verblind zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verblind zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verblind zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verblind zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verblindde verleden tijd
verblinde aanvoegende wijs
verblindend onvoltooid, deelwoord
waart verblind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verblind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verblind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verblind voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verblind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verblind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verblind voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verblind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verblind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verblind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verblind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verblind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verblind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verblind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verblind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verblind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verblind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verblind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verblind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verblind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verblind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verblind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verblind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verblind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verblind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verblind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verblind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verblinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verblinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verblinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verblind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verblind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verblind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verblind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verblind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verblind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verblind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verblind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verblind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verblind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verblind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verblind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verblind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verblinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verblinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verblinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verblind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verblind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verblind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verblind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verblind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verblind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verblind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verblind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verblind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verblinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verblinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verblinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verblind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verblind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verblind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verblinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verblind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verblind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verblind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verblind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verblind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verblind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verblind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verblind zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verblind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verblinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verblinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verblinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verblinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verblind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verblind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verblind zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verblinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van blind met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verblinden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verblindde verleden tijd verblinden
verblindden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verblinden
verblindt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verblinden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verblinden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verblinden

Hoe spreek ik verblinden uit?
Zo spreek je verblinden uit: /vərˈblɪndə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verblinden?
Verblinden is een werkwoord. De betekenis is: beroven van het vermogen te zien. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verblinden?
Zo vervoeg je verblinden zo: de tegenwoordige tijd is verblind, de verleden tijd is verblindde en het voltooid deelwoord is verblind. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verblinden?

Er staan 12 woorden in dit woordenboek die op verblinden rijmen, waaronder vinden, verbinden en plaatsvinden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verblinden, uitspraak vərˈblɪndən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vinden 2
verbinden 3
plaatsvinden 3
binden 2
bevinden 3
winden 2
ondervinden 4
ontbinden 3
omwinden 3
blinden 2
winterlinden 4
zwinden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verblinden is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. L 3
  6. I 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verblinden levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verblinden in het kort

verblinden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verblinden staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verblinden bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verblinden: beroven van het vermogen te zien
Deel verblinden — standaardnederlands.nl