Naar de inhoud

verbinden

twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken

verbinden

werkwoord vərˈbɪndə(n)

Betekenis

  1. twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
  2. met iets of iemand contact maken via de telefoonlijn
  3. onlosmakelijk met elkaar samengaand
  4. behandelen door het aanbrengen van verband
  5. zich ~ tot een dwingende verplichting aangaan

Hoe spreek je verbinden uit?

/vərˈbɪndən/

Verbinden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈbɪndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
b bak
ɪ pit
n nek
d dak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verbinden

verbindenhele werkwoord — verbondverleden tijd enkelvoud — verbondenverleden tijd meervoud — verbondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verbind verbond
jij verbindt verbond
hij, zij, het verbindt verbond
wij verbinden verbonden
jullie verbinden verbonden
zij verbinden verbonden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verbonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verbonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verbonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verbonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verbonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verbonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verbonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verbonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verbonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verbinden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verbinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbind gebiedende wijs
verbind me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbind u/je , verbindt je gebiedende wijs
verbinde aanvoegende wijs
verbinde zich aanvoegende wijs
verbinden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbinden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbinden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbindend onvoltooid, deelwoord
verbindt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbindt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbindt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbindt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbindt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbindt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbond verleden tijd
verbond je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbond me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbond u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbond u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbond zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbond zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbond zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden verleden tijd, deelwoord
verbonden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbonden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verbinden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verbinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verbinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verbinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verbonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verbonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verbonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich verbinden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verbinden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verbindend onvoltooid, deelwoord
zich verbonden hebben verleden tijd
zijn verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je verbinden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verbinden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verbinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verbinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Vervoeging van verbinden

verbindenhele werkwoord — verbondverleden tijd enkelvoud — verbondenverleden tijd meervoud — verbondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verbind verbond
jij verbindt verbond
hij, zij, het verbindt verbond
wij verbinden verbonden
jullie verbinden verbonden
zij verbinden verbonden
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verbonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verbonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verbonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verbonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verbonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verbonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verbonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verbonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verbonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verbinden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verbinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbind gebiedende wijs
verbind me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbind u/je , verbindt je gebiedende wijs
verbinde aanvoegende wijs
verbinde zich aanvoegende wijs
verbinden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbinden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbinden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbindend onvoltooid, deelwoord
verbindt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbindt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbindt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbindt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbindt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbindt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbond verleden tijd
verbond je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbond me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbond u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbond u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbond zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbond zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbond zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden verleden tijd, deelwoord
verbonden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbonden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verbonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verbonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verbonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verbonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verbonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verbonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verbinden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verbinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verbinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verbinden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verbonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verbonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verbonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich verbinden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verbinden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verbinden canonical
zich verbindend onvoltooid, deelwoord
zich verbonden hebben verleden tijd
zijn verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verbonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verbinden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verbonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je verbinden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verbinden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verbinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm

Herkomst

afgeleid van binden met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verbinden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verbind gebiedende wijs verbinden
verbinde aanvoegende wijs verbinden
verbindt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verbinden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbinden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verbinden

Hoe spreek je verbinden uit?
De uitspraak van verbinden is: /vərˈbɪndə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verbinden?
Verbinden is een werkwoord. Het woord betekent: twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verbinden?
Je vervoegt verbinden als volgt: de tegenwoordige tijd is verbind, de verleden tijd is verbond en het voltooid deelwoord is verbonden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verbinden?

In dit woordenboek rijmen 12 woorden op -inden op verbinden, zoals vinden, plaatsvinden en binden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verbinden, uitspraak vərˈbɪndən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vinden 2
plaatsvinden 3
binden 2
bevinden 3
winden 2
ondervinden 4
ontbinden 3
omwinden 3
verblinden 3
blinden 2
winterlinden 4
zwinden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verbinden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verbinden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. I 2
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verbinden in het kort

verbinden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verbinden zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verbinden bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verbinden: twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
Deel verbinden — standaardnederlands.nl