binding
zelfstandig naamwoord ˈbɪndɪŋBetekenis
- het minimum in potentiële energie dat bestaat bij een bepaalde onderlinge afstand tussen twee of meer atomen waardoor deze in elkaars nabijheid gehouden worden
- bevestiging van een skischoen op een ski, skibinding
- contacten, banden
Hoe spreek je binding uit?
/ˈbɪndɪŋ/
Binding bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bindingen | meervoud |
| bindinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bindinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van binden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van binding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bindingen | meervoud | binding |
| bindinkje | verkleinwoord | binding |
| bindinkjes | verkleinwoord meervoud | binding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binding zijn vastgelegd.