bindster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrouw die het gemaaide graan bijeen bindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bindsters | meervoud |
| bindstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bindstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van binden met het achtervoegsel -ster
Woordfamilie van bindster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bindsters | meervoud | bindster |
| bindstertje | verkleinwoord | bindster |
| bindstertjes | verkleinwoord meervoud | bindster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bindster zijn vastgelegd.