Naar de inhoud

bewegen

van plaats veranderen, niet stilstaan

bewegen

werkwoord bəˈweɣə(n)

Betekenis

  1. van plaats veranderen, niet stilstaan
  2. in beweging brengen
  3. zich ~ actie ondernemen om een beweging te maken
  4. zich ~ omgaan met mensen waarbij men is
  5. bewegen tot: iemand ergens toe aanzetten

Hoe spreek je bewegen uit?

/bəˈwexən/

Bewegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈwexən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
w quiz
e veel
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bewegen

bewegenhele werkwoord — bewoogverleden tijd enkelvoud — bewogenverleden tijd meervoud — bewogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beweeg bewoog
jij beweegt bewoog
hij, zij, het beweegt bewoog
wij bewegen bewogen
jullie bewegen bewogen
zij bewegen bewogen
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beweeg gebiedende wijs
beweeg me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
beweeg u/je , beweegt je gebiedende wijs
beweegt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
beweegt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
beweegt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
beweegt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
beweegt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
beweegt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bewege aanvoegende wijs
bewege zich aanvoegende wijs
bewegen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bewegen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bewegen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bewegend onvoltooid, deelwoord
bewogen verleden tijd, deelwoord
bewogen je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bewogen ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
bewogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bewogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewogen zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
bewogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bewogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewoog verleden tijd
bewoog je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bewoog me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
bewoog u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bewoog u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bewoog zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
bewoog zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bewoog zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
er is bewogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bewogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bewogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bewogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bewogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bewogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bewogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bewogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bewegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bewogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bewegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bewogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bewogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bewogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bewogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bewogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bewegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bewegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bewegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bewogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bewogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bewogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me bewegen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich bewegen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je bewegen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich bewegend onvoltooid, deelwoord
zich bewogen hebben verleden tijd
zijn bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bewogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bewegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bewegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bewegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bewegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bewogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bewogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bewegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bewegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

van Middelnederlands bewegen / beweghen, in de betekenis van ‘in beweging brengen of zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1301, op te vatten als oude afleiding van wegen ww met het voorvoegsel be-; verwant met Fries bewege, Duits bewegen, Middelnederduits bewegen en Oudhoogduits biwegan

Woordfamilie van bewegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beweeg gebiedende wijs bewegen
beweegt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bewegen
bewege aanvoegende wijs bewegen
bewoog verleden tijd bewegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewegen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bewegen

Hoe spreek ik bewegen uit?
Zo spreek je bewegen uit: /bəˈweɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bewegen?
Bewegen is een werkwoord. De betekenis is: van plaats veranderen, niet stilstaan. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bewegen?
Zo vervoeg je bewegen zo: de tegenwoordige tijd is beweeg, de verleden tijd is bewoog en het voltooid deelwoord is bewogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bewegen?

Op bewegen rijmen 48 woorden, onder andere zegen, negen en wegen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bewegen, uitspraak bəˈwexən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zegen 2
negen 2
wegen 2
overwegen 4
tegen 2
verlegen 3
plegen 2
aangelegen 4
verplegen 3
voortbewegen 4
gelegen 3
ongelegen 4
halfnegen 4
aaneengeregen 5
aangekregen 4
aangeregen 4
aangetegen 4
achthonderdennegen 6
achthonderdnegen 5
doodverlegen 4
driehonderdennegen 6
driehonderdnegen 5
eenhonderdennegen 6
eenhonderdnegen 5
gekregen 3
honderdennegen 5
honderdnegen 4
inverlegen 4
miezelregen 4
miezerregen 4
negenhonderdennegen 7
negenhonderdnegen 6
overvegen 4
stijgingsregen 4
stikverlegen 4
tegenovergelegen 7
tweehonderdennegen 6
tweehonderdnegen 5
verwegen 3
vierhonderdennegen 6
Nog 8 rijmwoorden
vierhonderdnegen 5
vijfhonderdennegen 6
vijfhonderdnegen 5
zeshonderdennegen 6
zeshonderdnegen 5
zevenhonderdennegen 7
zevenhonderdnegen 6
zonneregen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bewegen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bewegen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bewegen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bewegen in het kort

bewegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bewegen staan er 102 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bewegen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bewegen: van plaats veranderen, niet stilstaan
Deel bewegen — standaardnederlands.nl