negen
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈneɣə(n)Betekenis
- '9', het getal tussen acht en tien
- het cijfer 9
- dat wat in een (rang)ordening met 9 is aangeduid
- groep van 9 eenheden
- het gehele getal tussen acht en tien, in Arabische cijfers 9, in Romeinse cijfers IX
Hoe spreek je negen uit?
/ˈnexən/
Negen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "9", het getal tussen acht en tien
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 1001 | |
| 9 | |
| IX |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van nijgen
Vervoeging van negen
negenhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands negen van Oudnederlands nigon / neune, als telwoord aangetroffen vanaf 507-800
Woordfamilie van negen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| negenen | feminine | negen |
| negens | meervoud | negen |
| negentje | woordvorm | negen |
| negentjes | meervoud | negen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van negen zijn vastgelegd.