stromen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'stromən/Betekenis
- voortbewegen van vloeistoffen
Hoe spreek je stromen uit?
/ˈstromən/
Stromen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- voortbewegen van andere zaken dan vloeistoffen
Vervoeging van stromen
stromenhele werkwoord — stroomdeverleden tijd enkelvoud — stroomdenverleden tijd meervoud — gestroomdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stroom | stroomde |
| jij | stroomt | stroomde |
| hij, zij, het | stroomt | stroomde |
| wij | stromen | stroomden |
| jullie | stromen | stroomden |
| zij | stromen | stroomden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gestroomd | verleden tijd, deelwoord |
| gestroomd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestroomd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| strome | aanvoegende wijs |
| stromend | onvoltooid, deelwoord |
| stroom | gebiedende wijs |
| stroomde | verleden tijd |
| te hebben gestroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stromen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stroom
Woordfamilie van stromen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestroomd | voltooid deelwoord | stromen |
| gestroomde | woordvorm | stromen |
| strome | aanvoegende wijs | stromen |
| stroomde | verleden tijd | stromen |
| stroomden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stromen |
| stroomt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stromen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stromen zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- stroming
- stroomafwaarts
- stroombron
- stroomdraad
- stroomgebied
- stroomgeleider
- stroomkring
- stroomlijn
- stroommeter
- stroomnet
- stroomnimf
- stroomopwaarts
- stroomregelaar
- stroomrekening
- stroomrug
- stroomsterkte
- stroomstoot
- stroomstoring
- stroomtransformator
- stroomuitval
- stroomverdeler
- stroomversnelling
- stroomvreter
- stroomwisselaar