voortbewegen
werkwoord ˈvordbəˌweɣə(n)Betekenis
- zich verplaatsen, in beweging zijn
- aandrijven, doen bewegen
Hoe spreek je voortbewegen uit?
/ˈvordbəˌwexən/
Voortbewegen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| d | dak |
| b | bak |
| ə | de |
| w | quiz |
| e | veel |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van voortbewegen
voortbewegenhele werkwoord — bewoog voortverleden tijd enkelvoud — bewogen voortverleden tijd meervoud — voortbewogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beweeg voort | bewoog voort |
| jij | beweegt voort | bewoog voort |
| hij, zij, het | beweegt voort | bewoog voort |
| wij | bewegen voort | bewogen voort |
| jullie | bewegen voort | bewogen voort |
| zij | bewegen voort | bewogen voort |
Alle 159 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beweeg u/je voort, beweegt je voort | gebiedende wijs |
| beweeg voort | gebiedende wijs |
| bewoog voort | verleden tijd |
| er is voortbewogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voortbewogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voortbewogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voortbewogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voortbewogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voortbewogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voortbewogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voortbewogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voortbewogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voortbewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voortbewogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voortbewogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voortbewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voortbewogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voortbewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voortbewogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voortbewogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voortbewegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voort te bewegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voort te zullen bewegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voort zal bewegen | bijzin, toekomende tijd |
| voort zou bewegen | bijzin, voorwaardelijk |
| voort zouden bewegen | bijzin, voorwaardelijk |
| voort zoudt bewegen | bijzin, voorwaardelijk |
| voort zullen bewegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voort zullen bewegen | bijzin, toekomende tijd |
| voort zult bewegen | bijzin, toekomende tijd |
| voortbeweeg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voortbeweegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voortbewegend | onvoltooid, deelwoord |
| voortbewogen | verleden tijd, deelwoord |
| voortbewogen | bijzin, verleden tijd |
| voortbewogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voortbewogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voortbewogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voortbewogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voortbewogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voortbewogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voortbewogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voortbewogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voortbewogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voortbewogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voortbewoog | bijzin, verleden tijd |
| voortbewoogt | bijzin, verleden tijd |
| waart voortbewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voortbewogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voortbewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voortbewogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voortbewogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voortbewogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voortbewogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voortbewogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me voortbewegen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voortbewegen | bijzin, toekomende tijd |
| zal voortbewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voortbewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voortbewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voortbewogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voortbewogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich voortbewegen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je voortbewegen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich voortbewegend | onvoltooid, deelwoord |
| zich voortbewogen hebben | verleden tijd |
| zijn voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voortbewogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voortbewegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou voortbewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voortbewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voortbewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voortbewogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voortbewogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voortbewogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) voortbewegen voort zou(dt) bewegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voortbewegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voortbewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voortbewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voortbewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voortbewogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voortbewogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voortbewogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voortbewegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voortbewogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voortbewogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voortbewogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je voortbewegen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons voortbewegen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen voortbewegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voortbewegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen voortbewegen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen voortbewogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
Herkomst
samenstelling van voort en bewegen
Woordfamilie van voortbewegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beweeg voort | gebiedende wijs | voortbewegen |
| beweegt voort | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voortbewegen |
| bewege voort | woordvorm | voortbewegen |
| bewegen voort | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | voortbewegen |
| bewogen voort | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voortbewegen |
| bewoog voort | verleden tijd | voortbewegen |
| voortbeweeg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voortbewegen |
| voortbeweegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voortbewegen |
| voortbewege | with-subordinate-clause | voortbewegen |
| voortbewegend | onvoltooid deelwoord | voortbewegen |
| voortbewegende | woordvorm | voortbewegen |
| voortbewogen | voltooid deelwoord | voortbewegen |
| voortbewoog | subordinate-clause, verleden tijd | voortbewegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortbewegen zijn vastgelegd.