Naar de inhoud

roeren

een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen

roeren is meer dan één woord

roeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen
  2. een emotie in iemand oproepen
  3. zich ~: zich bewegen
  4. zich ~: in opstand komen
  5. zich ~: geluid (herrie) maken

werkwoord

  1. : zich ~: zich bewegen reflexive
  2. : zich ~: in opstand komen reflexive
  3. : zich ~: geluid (herrie) maken reflexive

Vervoeging van roeren

roerenhele werkwoord — roerdeverleden tijd enkelvoud — roerdenverleden tijd meervoud — geroerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik roer roerde
jij roert roerde
hij, zij, het roert roerde
wij roeren roerden
jullie roeren roerden
zij roeren roerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geroerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geroerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geroerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geroerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geroerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geroerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geroerd verleden tijd, deelwoord
geroerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
roer gebiedende wijs
roer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
roer u/je , roert je gebiedende wijs
roerde verleden tijd
roerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
roerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
roerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
roerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
roerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
roerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
roerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
roerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
roerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
roerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
roere aanvoegende wijs
roere zich aanvoegende wijs
roeren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
roeren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
roeren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
roerend onvoltooid, deelwoord
roert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
roert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
roert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
roert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
roert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
roert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben geroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te roeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen roeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geroerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geroerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geroerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geroerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me roeren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal roeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal roeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal roeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich roeren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je roeren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geroerd hebben verleden tijd
zich roerend onvoltooid, deelwoord
zijn geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou roeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou roeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou roeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden roeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden roeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden roeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geroerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt roeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geroerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geroerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord roer

Herkomst

In de betekenis van ‘dooreenmengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van roeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geroerde woordvorm roeren
roerde verleden tijd roeren
roerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon roeren
roere aanvoegende wijs roeren
roert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon roeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over roeren

Wat is de betekenis van roeren?
Roeren is een werkwoord. De betekenis is: een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen. In totaal staan er 8 betekenissen.
Hoe vervoeg ik roeren?
Zo vervoeg je roeren zo: de tegenwoordige tijd is roer, de verleden tijd is roerde en het voltooid deelwoord is geroerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord roeren is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

roeren levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 36 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 zonder bonus
  8. 36 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

roeren telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

roeren in het kort

roeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 8 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van roeren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort roeren bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

roeren: een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen
Deel roeren — standaardnederlands.nl