Naar de inhoud

veranderen

zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt

veranderen

werkwoord vərˈɑndərə(n)

Betekenis

  1. zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
  2. zich ~ - zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt
  3. het proces van anders worden

Hoe spreek je veranderen uit?

/vərˈɑndərən/

Veranderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈɑndərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
ɑ bad
n nek
d dak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van veranderen

veranderenhele werkwoord — veranderdeverleden tijd enkelvoud — veranderdenverleden tijd meervoud — veranderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verander veranderde
jij verandert veranderde
hij, zij, het verandert veranderde
wij veranderen veranderden
jullie veranderen veranderden
zij veranderen veranderden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is veranderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was veranderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd veranderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt veranderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal veranderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal veranderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou veranderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou veranderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had veranderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had veranderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had veranderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden veranderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden veranderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden veranderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt veranderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben veranderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben veranderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te veranderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen veranderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verander gebiedende wijs
verander me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verander u/je , verandert je gebiedende wijs
veranderd verleden tijd, deelwoord
veranderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
veranderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
veranderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
veranderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
veranderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
veranderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
veranderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
veranderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
veranderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
veranderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
veranderde verleden tijd
veranderde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
veranderde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
veranderde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
veranderde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
veranderde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
veranderde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
veranderde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
veranderden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
veranderden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
veranderden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verandere aanvoegende wijs
verandere zich aanvoegende wijs
veranderen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
veranderen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
veranderen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
veranderend onvoltooid, deelwoord
verandert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verandert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verandert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verandert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verandert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verandert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart veranderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren veranderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren veranderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren veranderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was veranderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was veranderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was veranderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd veranderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd veranderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd veranderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden veranderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden veranderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden veranderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt veranderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word veranderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden veranderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden veranderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden veranderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt veranderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt veranderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me veranderen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal veranderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veranderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal veranderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal veranderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veranderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal veranderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal veranderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal veranderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich veranderen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je veranderen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich veranderd hebben verleden tijd
zich veranderend onvoltooid, deelwoord
zijn veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt veranderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou veranderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veranderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veranderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veranderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veranderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veranderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou veranderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou veranderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou veranderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden veranderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden veranderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden veranderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veranderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden veranderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden veranderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veranderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden veranderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden veranderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt veranderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veranderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veranderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veranderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je veranderen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons veranderen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen veranderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen veranderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van ander met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van veranderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verander gebiedende wijs veranderen
veranderd voltooid deelwoord veranderen
veranderde verleden tijd veranderen
veranderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon veranderen
verandere aanvoegende wijs veranderen
verandert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon veranderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veranderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over veranderen

Hoe spreek je veranderen uit?
De uitspraak van veranderen is: /vərˈɑndərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent veranderen?
Veranderen is een werkwoord. Het woord betekent: zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je veranderen?
Je vervoegt veranderen als volgt: de tegenwoordige tijd is verander, de verleden tijd is veranderde en het voltooid deelwoord is veranderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord veranderen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

veranderen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

veranderen in het kort

veranderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van veranderen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort veranderen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

veranderen: zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
Deel veranderen — standaardnederlands.nl