Naar de inhoud

aanpassen

aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken

aanpassen

werkwoord /ˈaːmpɑsə(n)/

Betekenis

  1. aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken
  2. aantrekken om te passen

Hoe spreek je aanpassen uit?

/ˈampɑsən/

Aanpassen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈampɑsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
p pak
ɑ bad
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanpassen

aanpassenhele werkwoord — paste aanverleden tijd enkelvoud — pasten aanverleden tijd meervoud — aangepastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pas aan paste aan
jij past aan paste aan
hij, zij, het past aan paste aan
wij passen aan pasten aan
jullie passen aan pasten aan
zij passen aan pasten aan
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te passen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen passen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal passen bijzin, toekomende tijd
aan zou passen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden passen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt passen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen passen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen passen bijzin, toekomende tijd
aan zult passen bijzin, toekomende tijd
aangepast verleden tijd, deelwoord
aangepast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangepast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangepast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangepast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangepast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangepast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangepast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangepast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangepast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangepast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanpas bijzin, tegenwoordige tijd
aanpassend onvoltooid, deelwoord
aanpast bijzin, tegenwoordige tijd
aanpaste bijzin, verleden tijd
aanpasten bijzin, verleden tijd
ben aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangepast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangepast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangepast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangepast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangepast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangepast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangepast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangepast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangepast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pas aan gebiedende wijs
pas u/je aan, past je aan gebiedende wijs
paste aan verleden tijd
te hebben aangepast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanpassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangepast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangepast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangepast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangepast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangepast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangepast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangepast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangepast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangepast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangepast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanpassen bijzin, toekomende tijd
zal me aanpassen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich aanpassen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je aanpassen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich aangepast hebben verleden tijd
zich aanpassend onvoltooid, deelwoord
zijn aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangepast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangepast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangepast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangepast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangepast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangepast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangepast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanpassen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanpassen aan zou(dt) passen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangepast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangepast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangepast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangepast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangepast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangepast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanpassen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangepast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangepast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanpassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanpassen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangepast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangepast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangepast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangepast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangepast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangepast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangepast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en passen ww

Woordfamilie van aanpassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanpas subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanpassen
aanpasse with-subordinate-clause aanpassen
aanpassend onvoltooid deelwoord aanpassen
aanpassende woordvorm aanpassen
aanpast subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanpassen
aanpaste subordinate-clause, verleden tijd aanpassen
aanpasten subordinate-clause, verleden tijd aanpassen
pas aan gebiedende wijs aanpassen
passe aan woordvorm aanpassen
passen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanpassen
past aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanpassen
paste aan verleden tijd aanpassen
pasten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanpassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanpassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanpassen

Hoe spreek je aanpassen uit?
De uitspraak van aanpassen is: /ˈaːmpɑsə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanpassen?
Aanpassen is een werkwoord. Het woord betekent: aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanpassen?
Je vervoegt aanpassen als volgt: het voltooid deelwoord is aangepast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanpassen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. P 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanpassen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. P 4
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanpassen in het kort

aanpassen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanpassen zijn 99 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanpassen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanpassen: aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken
Deel aanpassen — standaardnederlands.nl