verlegen
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord vərˈleɣə(n)Betekenis
- onzeker tegenover anderen
Hoe spreek je verlegen uit?
/vərˈlexən/
Verlegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| e | veel |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verlegener | onverbogen, vergrotende trap |
| verlegeners | partitief, vergrotende trap |
| verlegens | partitief, stellende trap |
| verlegenst | onverbogen, overtreffende trap |
| verlegenste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van verliggen
Vervoeging van verlegen
verlegenhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van verliggen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs) maar met een klinkerwisseling i-e (IPAː /ɪ/ - /e/), in de betekenis van ‘bedeesd’ voor het eerst aangetroffen in 1704
Woordfamilie van verlegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verlegener | vergrotende trap | verlegen |
| verlegeners | partitieve vergrotende trap | verlegen |
| verlegens | partitive, positive | verlegen |
| verlegenst | uninflected, superlative | verlegen |
| verlegenste | inflected, superlative | verlegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlegen zijn vastgelegd.