bereik
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de afstand die afgelegd kan worden, de invloed die uitgeoefend kan worden
- beschikbaar zijn van een bruikbaar wifi- of gsm-signaal
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bereiken
- gebiedende wijs van bereiken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bereiken
Vervoeging van bereik
bereikhele werkwoord