Naar de inhoud

bekleden

met stof bedekken

bekleden

werkwoord bəˈkledə(n)

Betekenis

  1. met stof bedekken
  2. een ambt vervullen

Hoe spreek je bekleden uit?

/bəˈkledən/

Bekleden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈkledən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
k kat
l land
e veel
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bekleden

bekledenhele werkwoord — bekleeddeverleden tijd enkelvoud — bekleeddenverleden tijd meervoud — bekleedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekleed bekleedde
jij bekleedt bekleedde
hij, zij, het bekleedt bekleedde
wij bekleden bekleedden
jullie bekleden bekleedden
zij bekleden bekleedden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beklede aanvoegende wijs
bekledend onvoltooid, deelwoord
bekleed gebiedende wijs
bekleed verleden tijd, deelwoord
bekleed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekleed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekleed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekleed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekleed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekleed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekleed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekleed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekleed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekleed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekleedde verleden tijd
ben bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bekleed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bekleed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bekleed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bekleed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bekleed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bekleed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bekleed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bekleed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bekleed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bekleed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bekleed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bekleed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bekleed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bekleed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bekleed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekleed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bekleden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bekleed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bekleden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bekleed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekleed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bekleed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekleed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bekleed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bekleed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bekleed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bekleed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bekleed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bekleed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bekleed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bekleed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bekleed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bekleed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bekleed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bekleed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bekleed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bekleed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bekleed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bekleed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bekleden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bekleden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bekleden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bekleed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekleed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bekleed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bekleed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekleed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bekleed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bekleden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bekleden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bekleden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bekleed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekleed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekleed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekleed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekleed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekleed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekleden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekleden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekleden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bekleed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekleed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekleed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekleed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekleed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekleed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bekleden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bekleed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekleed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bekleden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bekleden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekleden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekleden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bekleed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekleed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekleed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekleed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekleed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekleed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bekleden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bekleed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekleed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekleed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van kleden met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bekleden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bekledend onvoltooid deelwoord bekleden
bekledende woordvorm bekleden
bekleedde verleden tijd bekleden
bekleedden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bekleden
bekleedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bekleden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekleden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bekleden

Hoe spreek je bekleden uit?
De uitspraak van bekleden is: /bəˈkledə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bekleden?
Bekleden is een werkwoord. Het woord betekent: met stof bedekken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bekleden?
Je vervoegt bekleden als volgt: de tegenwoordige tijd is bekleed, de verleden tijd is bekleedde en het voltooid deelwoord is bekleed. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bekleden?

In dit woordenboek rijmen 61 woorden op -eden op bekleden, zoals leden, zweden en beneden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bekleden, uitspraak bəˈkledən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
leden 2
zweden 2
beneden 3
geleden 3
ontevreden 4
aanbesteden 4
reden 2
kleden 2
treden 2
overleden 4
tevreden 3
heden 2
besteden 3
schrijfbenodigdheden 6
betreden 3
overreden 4
benodigdheden 5
weersomstandigheden 6
hierbeneden 4
zielstevreden 4
aanbeden 3
aandachtigheden 5
aangereden 4
aangeschreden 4
aangesneden 4
aangetreden 4
aanhaligheden 5
aanhankelijkheden 6
aanlokkelijkheden 6
aannemelijkheden 6
aansprakelijkheden 6
aantrekkelijkheden 6
achttiengebeden 5
blokgereden 4
controlemogelijkheden 8
deden 2
eden 2
familieomstandigheden 7
fractieleden 4
gereden 3
Nog 21 rijmwoorden
helderheden 4
inspraakmogelijkheden 7
intevreden 4
keizersneden 4
mediapersoonlijkheden 8
middaggebeden 5
namiddaggebeden 6
onaangenaamheden 6
onontkoombaarheden 6
privéoptreden 4
redactieleden 5
reddingswerkzaamheden 7
schoonheden 3
sluitingsplechtigheden 6
sneden 2
steden 2
uitzinnigheden 5
voortreffelijkheden 6
weden 2
woonomstandigheden 6
zwartgereden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bekleden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bekleden levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bekleden in het kort

bekleden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bekleden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bekleden bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bekleden: met stof bedekken
Deel bekleden — standaardnederlands.nl