Naar de inhoud

aanbesteden

uitvoering opdragen aan een uitgekozen aannemer

aanbesteden

werkwoord ˈambəˌstedə(n)

Betekenis

  1. uitvoering opdragen aan een uitgekozen aannemer
  2. aan aannemers de kans geven om uitgekozen te worden voor een werk of levering
  3. geld besteden om een bepaald doel te bereiken

Hoe spreek je aanbesteden uit?

/ˈambəˌstedən/

Aanbesteden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈambəˌstedən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
b bak
ə de
s sok
t tak
e veel
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van aanbesteden

aanbestedenhele werkwoord — besteedde aanverleden tijd enkelvoud — besteedden aanverleden tijd meervoud — aanbesteedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik besteed aan besteedde aan
jij besteedt aan besteedde aan
hij, zij, het besteedt aan besteedde aan
wij besteden aan besteedden aan
jullie besteden aan besteedden aan
zij besteden aan besteedden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te besteden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen besteden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal besteden bijzin, toekomende tijd
aan zou besteden bijzin, voorwaardelijk
aan zouden besteden bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt besteden bijzin, voorwaardelijk
aan zullen besteden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen besteden bijzin, toekomende tijd
aan zult besteden bijzin, toekomende tijd
aanbestedend onvoltooid, deelwoord
aanbesteed verleden tijd, deelwoord
aanbesteed bijzin, tegenwoordige tijd
aanbesteed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aanbesteed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aanbesteed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanbesteed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanbesteed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanbesteed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aanbesteed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aanbesteed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanbesteed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanbesteed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanbesteedde bijzin, verleden tijd
aanbesteedden bijzin, verleden tijd
aanbesteedt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besteed aan gebiedende wijs
besteedde aan verleden tijd
er is aanbesteed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aanbesteed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aanbesteed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aanbesteed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aanbesteed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aanbesteed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aanbesteed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aanbesteed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aanbesteed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aanbesteed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aanbesteed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aanbesteed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aanbesteed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aanbesteed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aanbesteed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aanbesteed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aanbesteed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanbesteden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aanbesteed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aanbesteed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aanbesteed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aanbesteed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aanbesteed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aanbesteed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aanbesteed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aanbesteed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanbesteden bijzin, toekomende tijd
zal aanbesteed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanbesteed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aanbesteed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aanbesteed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanbesteed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aanbesteed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanbesteden bijzin, voorwaardelijk
zou aanbesteed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanbesteed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanbesteed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanbesteed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanbesteed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanbesteed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aanbesteden aan zou(dt) besteden bijzin, voorwaardelijk
zouden aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanbesteden bijzin, voorwaardelijk
zouden aanbesteed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aanbesteed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aanbesteed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanbesteed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aanbesteed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aanbesteed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanbesteden bijzin, voorwaardelijk
zoudt aanbesteed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanbesteed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aanbesteden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanbesteden bijzin, toekomende tijd
zullen aanbesteed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aanbesteed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aanbesteed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanbesteed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanbesteed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aanbesteed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aanbesteed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aanbesteden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en besteden ww

Woordfamilie van aanbesteden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanbestede with-subordinate-clause aanbesteden
aanbestedend onvoltooid deelwoord aanbesteden
aanbestedende woordvorm aanbesteden
aanbesteed voltooid deelwoord aanbesteden
aanbesteedde subordinate-clause, verleden tijd aanbesteden
aanbesteedden subordinate-clause, verleden tijd aanbesteden
aanbesteedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanbesteden
bestede aan woordvorm aanbesteden
besteden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanbesteden
besteed aan gebiedende wijs aanbesteden
besteedde aan verleden tijd aanbesteden
besteedden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanbesteden
besteedt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanbesteden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanbesteden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aanbesteden

Hoe spreek ik aanbesteden uit?
Zo spreek je aanbesteden uit: /ˈambəˌstedə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanbesteden?
Aanbesteden is een werkwoord. De betekenis is: uitvoering opdragen aan een uitgekozen aannemer. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanbesteden?
Zo vervoeg je aanbesteden zo: het voltooid deelwoord is aanbesteed. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op aanbesteden?

In dit woordenboek rijmen 61 woorden op -eden op aanbesteden, zoals leden, zweden en beneden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op aanbesteden, uitspraak ˈambəˌstedən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
leden 2
zweden 2
beneden 3
geleden 3
ontevreden 4
bekleden 3
reden 2
kleden 2
treden 2
overleden 4
tevreden 3
heden 2
besteden 3
schrijfbenodigdheden 6
betreden 3
overreden 4
benodigdheden 5
weersomstandigheden 6
hierbeneden 4
zielstevreden 4
aanbeden 3
aandachtigheden 5
aangereden 4
aangeschreden 4
aangesneden 4
aangetreden 4
aanhaligheden 5
aanhankelijkheden 6
aanlokkelijkheden 6
aannemelijkheden 6
aansprakelijkheden 6
aantrekkelijkheden 6
achttiengebeden 5
blokgereden 4
controlemogelijkheden 8
deden 2
eden 2
familieomstandigheden 7
fractieleden 4
gereden 3
Nog 21 rijmwoorden
helderheden 4
inspraakmogelijkheden 7
intevreden 4
keizersneden 4
mediapersoonlijkheden 8
middaggebeden 5
namiddaggebeden 6
onaangenaamheden 6
onontkoombaarheden 6
privéoptreden 4
redactieleden 5
reddingswerkzaamheden 7
schoonheden 3
sluitingsplechtigheden 6
sneden 2
steden 2
uitzinnigheden 5
voortreffelijkheden 6
weden 2
woonomstandigheden 6
zwartgereden 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanbesteden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. B 3
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanbesteden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. B 4
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 zonder bonus
  13. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanbesteden in het kort

aanbesteden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanbesteden staan er 87 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanbesteden bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanbesteden: uitvoering opdragen aan een uitgekozen aannemer
Deel aanbesteden — standaardnederlands.nl