reden
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈredə(n)Betekenis
- een motivatie door iemand bedacht of beredeneerd
- klaar maken tot het eindproduct
- ervoor zorgen dat een schip klaar is om te varen (zie ook rederij)
- praten, spreken
Hoe spreek je reden uit?
/ˈredən/
Reden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- motivatie door iemand bedacht of beredeneerd
- verklaring voor een gegeven
- verhouding, betrekking tussen een grootheid en een andere
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| redenen | enkelvoud |
| redens | enkelvoud |
| redentje | verkleinwoord, eerste persoon |
| redentjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord rede
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| redenen | enkelvoud |
| redens | enkelvoud |
| redentje | verkleinwoord, eerste persoon |
| redentjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Vervoeging van reden
redenhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands redene, in de betekenis van ‘oorzaak, motief’ aangetroffen vanaf 1350
Woordfamilie van reden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| redend | woordvorm | reden |
| redende | woordvorm | reden |
| redenen | enkelvoud | reden |
| redens | enkelvoud | reden |
| redentje | verkleinwoord, 1e persoon | reden |
| redentjes | verkleinwoord | reden |
| reedde | woordvorm | reden |
| reedden | woordvorm | reden |
| reedt | woordvorm | reden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reden zijn vastgelegd.