Naar de inhoud

betreden

zich ergens (met de voeten) op begeven

betreden

werkwoord bəˈtredə(n)

Betekenis

  1. zich ergens (met de voeten) op begeven

Hoe spreek je betreden uit?

/bəˈtredən/

Betreden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈtredən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
t tak
r rood
e veel
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. de wereld betreden: geboren worden

Vervoeging van betreden

betredenhele werkwoord — betradverleden tijd enkelvoud — betradenverleden tijd meervoud — betredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betreed betrad
jij betreedt betrad
hij, zij, het betreedt betrad
wij betreden betraden
jullie betreden betraden
zij betreden betraden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betrad verleden tijd
betrede aanvoegende wijs
betreden verleden tijd, deelwoord
betreden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betreden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betreden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betreden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betreden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betreden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betreden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betreden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betreden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betreden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betredend onvoltooid, deelwoord
betreed gebiedende wijs
er is betreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betreden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betreden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betreden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betreden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betreden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betreden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betreden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal betreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen betreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen betreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult betreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Vervoeging van betreden

betredenhele werkwoord — betradverleden tijd enkelvoud — betradenverleden tijd meervoud — betredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betreed betrad
jij betreedt betrad
hij, zij, het betreedt betrad
wij betreden betraden
jullie betreden betraden
zij betreden betraden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betrad verleden tijd
betrede aanvoegende wijs
betreden verleden tijd, deelwoord
betreden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betreden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betreden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betreden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betreden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betreden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betreden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betreden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betreden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betreden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betredend onvoltooid, deelwoord
betreed gebiedende wijs
er is betreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betreden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betreden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betreden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betreden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betreden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betreden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betreden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal betreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn betreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt betreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt betreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen betreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen betreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult betreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult betreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van treden met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van betreden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betrad verleden tijd betreden
betraden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon betreden
betrede aanvoegende wijs betreden
betredend onvoltooid deelwoord betreden
betredende woordvorm betreden
betreed gebiedende wijs betreden
betreedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betreden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betreden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over betreden

Hoe spreek je betreden uit?
De uitspraak van betreden is: /bəˈtredə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent betreden?
Betreden is een werkwoord. Het woord betekent: zich ergens (met de voeten) op begeven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je betreden?
Je vervoegt betreden als volgt: de tegenwoordige tijd is betreed, de verleden tijd is betrad en het voltooid deelwoord is betreden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op betreden?

Op betreden rijmen 61 woorden, onder andere leden, zweden en beneden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op betreden, uitspraak bəˈtredən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
leden 2
zweden 2
beneden 3
geleden 3
ontevreden 4
aanbesteden 4
bekleden 3
reden 2
kleden 2
treden 2
overleden 4
tevreden 3
heden 2
besteden 3
schrijfbenodigdheden 6
overreden 4
benodigdheden 5
weersomstandigheden 6
hierbeneden 4
zielstevreden 4
aanbeden 3
aandachtigheden 5
aangereden 4
aangeschreden 4
aangesneden 4
aangetreden 4
aanhaligheden 5
aanhankelijkheden 6
aanlokkelijkheden 6
aannemelijkheden 6
aansprakelijkheden 6
aantrekkelijkheden 6
achttiengebeden 5
blokgereden 4
controlemogelijkheden 8
deden 2
eden 2
familieomstandigheden 7
fractieleden 4
gereden 3
Nog 21 rijmwoorden
helderheden 4
inspraakmogelijkheden 7
intevreden 4
keizersneden 4
mediapersoonlijkheden 8
middaggebeden 5
namiddaggebeden 6
onaangenaamheden 6
onontkoombaarheden 6
privéoptreden 4
redactieleden 5
reddingswerkzaamheden 7
schoonheden 3
sluitingsplechtigheden 6
sneden 2
steden 2
uitzinnigheden 5
voortreffelijkheden 6
weden 2
woonomstandigheden 6
zwartgereden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betreden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betreden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

betreden in het kort

betreden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van betreden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort betreden bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

betreden: zich ergens (met de voeten) op begeven
Deel betreden — standaardnederlands.nl