beet
zelfstandig naamwoord, bijwoord, werkwoord betBetekenis
- een samenklemming tussen de kaken
- een steek door de monddelen van een kaakloos wezen, zoals een insect
- biet
- tweede letter van het alfabet
- getal twee
- huis (als deel van woordcombinaties)
- dat wat je met één keer bijten kunt eten, hap
- te pakken, vast
Hoe spreek je beet uit?
/bet/
Beet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- samenklemming tussen de kaken
- steek door de monddelen van een kaakloos wezen, zoals een insect
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beetje | verkleinwoord |
| beetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| beten | enkelvoud |
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: te pakken, vast
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] beet | canonical |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van bijten
Vervoeging van beet
beethele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] beet | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Beta obsolete
zelfstandig naamwoord
- tweede letter van het Hebreeuwse alfabet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beets | enkelvoud |
| bet |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| batee | enkelvoud |
| bet |
Woordfamilie van beet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beetjes | verkleinwoord | beet |
| beets | enkelvoud | beet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beet zijn vastgelegd.