weet
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ʋet/Betekenis
- de daad van het weten, wetenschap, kennis
- arch.: een mededeling, aankondiging
- tarwe
- (zeldzaam en in ongebruik) nominatief tweevoud van ich
Hoe spreek je weet uit?
/wet/
Weet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als weed.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- daad van het weten, wetenschap, kennis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van weten
- gebiedende wijs van weten
- enkelvoud verleden tijd van wijten
Vervoeging van weet
weethele werkwoord
Herkomst
zn: naamwoord van handeling van weten ww
Woordfamilie van weet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weetjes | verkleinwoord meervoud | weet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weet zijn vastgelegd.