ontkleed
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ɔntˈkletBetekenis
- niet gekleed zijnd
Hoe spreek je ontkleed uit?
/ɔntˈklet/
Ontkleed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| k | kat |
| l | land |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkleden
- gebiedende wijs van ontkleden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkleden
- voltooid deelwoord van ontkleden
Vervoeging van ontkleed
ontkleedhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van ontkleden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van ontkleed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontkleeds | woordvorm | ontkleed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontkleed zijn vastgelegd.