bruiloftskleed
zelfstandig naamwoord ˈbrœylɔf(t)sˌkletBetekenis
- de kleding die men draagt tijdens de bruiloft
- de kleurrijke veren van een mannetjesvogel
Hoe spreek je bruiloftskleed uit?
/ˈbrœylɔftsˌklet/
Bruiloftskleed bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| œy | huis |
| l | land |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| t | tak |
| s | sok |
| k | kat |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bruiloftsklederen | meervoud |
| bruiloftskleren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bruiloft zn en kleed zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bruiloftskleed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bruiloftsklederen | meervoud | bruiloftskleed |
| bruiloftskleren | meervoud | bruiloftskleed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bruiloftskleed zijn vastgelegd.