beetnemen
werkwoordBetekenis
- vastpakken, in de handen nemen
- iemand een loer draaien, het slachtoffer van een streek maken
Vervoeging van beetnemen
beetnemenhele werkwoord — nam beetverleden tijd enkelvoud — namen beetverleden tijd meervoud — beetgenomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neem beet | nam beet |
| jij | neemt beet | naamt beet |
| hij, zij, het | neemt beet | nam beet |
| wij | nemen beet | namen beet |
| jullie | nemen beet | namen beet |
| zij | nemen beet | namen beet |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beet te nemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beet te zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beet zal nemen | bijzin, toekomende tijd |
| beet zou nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| beet zouden nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| beet zoudt nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| beet zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beet zullen nemen | bijzin, toekomende tijd |
| beet zult nemen | bijzin, toekomende tijd |
| beetgenomen | verleden tijd, deelwoord |
| beetgenomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beetgenomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beetgenomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beetgenomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beetgenomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beetgenomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beetgenomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beetgenomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beetgenomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beetgenomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beetnaamt | bijzin, verleden tijd |
| beetnam | bijzin, verleden tijd |
| beetnamen | bijzin, verleden tijd |
| beetneem | bijzin, tegenwoordige tijd |
| beetneemt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| beetnemend | onvoltooid, deelwoord |
| ben beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is beetgenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beetgenomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beetgenomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beetgenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beetgenomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beetgenomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beetgenomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beetgenomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beetgenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beetgenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beetgenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beetgenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beetgenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beetgenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beetgenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beetgenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nam beet | verleden tijd |
| neem beet | gebiedende wijs |
| te hebben beetgenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beetnemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beetgenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beetgenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beetgenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beetgenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beetgenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beetgenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beetgenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beetgenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beetgenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beetgenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beetgenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beetgenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beetgenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal beetnemen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beetgenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beetgenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beetgenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beetgenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beetgenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beetgenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beetgenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou beetnemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) beetnemen beet zou(dt) nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden beetgenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beetgenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beetgenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beetgenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beetgenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beetgenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden beetnemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt beetgenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beetgenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt beetnemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen beetgenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beetgenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beetgenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beetgenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beetgenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beetgenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beetgenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beetnemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beetnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen beetnemen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van beet en nemen
Woordfamilie van beetnemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beetgenomen | voltooid deelwoord | beetnemen |
| beetnam | subordinate-clause, verleden tijd | beetnemen |
| beetnamen | subordinate-clause, verleden tijd | beetnemen |
| beetneem | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | beetnemen |
| beetneemt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | beetnemen |
| beetneme | with-subordinate-clause | beetnemen |
| beetnemend | onvoltooid deelwoord | beetnemen |
| beetnemende | woordvorm | beetnemen |
| naamt beet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | beetnemen |
| nam beet | verleden tijd | beetnemen |
| namen beet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beetnemen |
| neem beet | gebiedende wijs | beetnemen |
| neemt beet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beetnemen |
| neme beet | woordvorm | beetnemen |
| nemen beet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | beetnemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beetnemen zijn vastgelegd.