ongeleed
bijvoeglijk naamwoord ˈɔŋɣəˌletBetekenis
- (van lichaam of lichaamsdeel) in de lengterichting één geheel vormend, zonder zichtbare onderverdeling
- (van delen van planten) één geheel vormend, zonder zichtbare onderdelen
- één geheel vormend, zonder zichtbare onderverdeling
- (van woorden) niet gevormd uit delen met een eigen betekenis
- (van zinnen) zonder bijzinnen
- één geheel vormend
Hoe spreek je ongeleed uit?
/ˈɔŋxəˌlet/
Ongeleed bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| e | veel |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
bijvoeglijk naamwoord
- in de lengterichting één geheel vormend, zonder zichtbare onderverdeling
- één geheel vormend, zonder zichtbare onderdelen
- niet gevormd uit delen met een eigen betekenis
- zonder bijzinnen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ongelede | verbogen, stellende trap |
| ongeleeds | partitief, stellende trap |
Herkomst
afgeleid van geleed bn met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van ongeleed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ongelede | verbogen vorm | ongeleed |
| ongeleeds | partitive, positive | ongeleed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ongeleed zijn vastgelegd.