Naar de inhoud

beethouden

stevig vasthouden

beethouden

werkwoord

Betekenis

  1. stevig vasthouden
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Vervoeging van beethouden

beethoudenhele werkwoord — hield beetverleden tijd enkelvoud — hielden beetverleden tijd meervoud — beetgehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou beet hield beet
jij houdt beet hield beet
hij, zij, het houdt beet hield beet
wij houden beet hielden beet
jullie houden beet hielden beet
zij houden beet hielden beet
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beet te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beet te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beet zal houden bijzin, toekomende tijd
beet zou houden bijzin, voorwaardelijk
beet zouden houden bijzin, voorwaardelijk
beet zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
beet zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beet zullen houden bijzin, toekomende tijd
beet zult houden bijzin, toekomende tijd
beetgehouden verleden tijd, deelwoord
beetgehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beetgehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beetgehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beetgehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beetgehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beetgehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beetgehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beetgehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beetgehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beetgehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beethield bijzin, verleden tijd
beethielden bijzin, verleden tijd
beethou bijzin, tegenwoordige tijd
beethoud bijzin, tegenwoordige tijd
beethoudend onvoltooid, deelwoord
beethoudt bijzin, tegenwoordige tijd
ben beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beetgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beetgehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beetgehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beetgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beetgehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beetgehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beetgehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beetgehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. hou beet/ houd beet gebiedende wijs
had beetgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beetgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beetgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beetgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beetgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beetgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beetgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beetgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield beet verleden tijd
is beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben beetgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beethouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beetgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beetgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beetgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beetgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beetgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beetgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beetgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beetgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beetgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beetgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beetgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beetgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beetgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal beethouden bijzin, toekomende tijd
zijn beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beetgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beetgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beetgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beetgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beetgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beetgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beetgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou beethouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) beethouden beet zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden beetgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beetgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beetgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beetgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beetgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beetgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden beethouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt beetgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beetgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt beethouden bijzin, voorwaardelijk
zullen beetgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beetgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beetgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beetgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beetgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beetgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beetgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beethouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beethouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen beethouden bijzin, toekomende tijd
zult beetgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van beet en houden

Woordfamilie van beethouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beetgehouden voltooid deelwoord beethouden
beethield subordinate-clause, verleden tijd beethouden
beethielden subordinate-clause, verleden tijd beethouden
beethou subordinate-clause, tegenwoordige tijd beethouden
beethoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd beethouden
beethoude with-subordinate-clause beethouden
beethoudend onvoltooid deelwoord beethouden
beethoudende woordvorm beethouden
beethoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd beethouden
hield beet verleden tijd beethouden
hielden beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beethouden
hou beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon beethouden
houd beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon beethouden
houde beet woordvorm beethouden
houden beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon beethouden
houdt beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beethouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beethouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beethouden

Wat betekent beethouden?
Beethouden is een werkwoord. Het woord betekent: stevig vasthouden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beethouden?
Je vervoegt beethouden als volgt: het voltooid deelwoord is beetgehouden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beethouden is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beethouden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beethouden in het kort

beethouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beethouden zijn 91 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beethouden bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beethouden: stevig vasthouden
Deel beethouden — standaardnederlands.nl