Naar de inhoud

beetkrijgen

te pakken krijgen

beetkrijgen

werkwoord

Betekenis

  1. te pakken krijgen
  2. (van een ziekte) oplopen

werkwoord

  1. oplopen transitive

Vervoeging van beetkrijgen

beetkrijgenhele werkwoord — kreeg beetverleden tijd enkelvoud — kregen beetverleden tijd meervoud — beetgekregenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krijg beet kreeg beet
jij krijgt beet kreeg beet
hij, zij, het krijgt beet kreeg beet
wij krijgen beet kregen beet
jullie krijgen beet kregen beet
zij krijgen beet kregen beet
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beet te krijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beet te zullen krijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beet zal krijgen bijzin, toekomende tijd
beet zou krijgen bijzin, voorwaardelijk
beet zouden krijgen bijzin, voorwaardelijk
beet zoudt krijgen bijzin, voorwaardelijk
beet zullen krijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beet zullen krijgen bijzin, toekomende tijd
beet zult krijgen bijzin, toekomende tijd
beetgekregen verleden tijd, deelwoord
beetgekregen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beetgekregen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beetkreeg bijzin, verleden tijd
beetkregen bijzin, verleden tijd
beetkrijg bijzin, tegenwoordige tijd
beetkrijgend onvoltooid, deelwoord
beetkrijgt bijzin, tegenwoordige tijd
er is beetgekregen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beetgekregen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beetgekregen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beetgekregen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beetgekregen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beetgekregen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beetgekregen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beetgekregen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beetgekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beetgekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beetgekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beetgekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beetgekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beetgekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beetgekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beetgekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beetgekregen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beetgekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beetgekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beetgekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beetgekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beetgekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beetgekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kreeg beet verleden tijd
krijg beet gebiedende wijs
te hebben beetgekregen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beetkrijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal beetgekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beetgekregen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beetgekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal beetkrijgen bijzin, toekomende tijd
zou beetgekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beetgekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beetgekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou beetkrijgen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) beetkrijgen beet zou(dt) krijgen bijzin, voorwaardelijk
zouden beetgekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beetgekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beetgekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden beetkrijgen bijzin, voorwaardelijk
zoudt beetgekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt beetkrijgen bijzin, voorwaardelijk
zullen beetgekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beetgekregen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beetgekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beetkrijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen beetkrijgen bijzin, toekomende tijd
zult beetgekregen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beetkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult beetkrijgen bijzin, toekomende tijd
zult/zal beetkrijgen beet zult/zal krijgen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van beet en krijgen

Woordfamilie van beetkrijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beetgekregen voltooid deelwoord beetkrijgen
beetkreeg subordinate-clause, verleden tijd beetkrijgen
beetkregen subordinate-clause, verleden tijd beetkrijgen
beetkrijg subordinate-clause, tegenwoordige tijd beetkrijgen
beetkrijge with-subordinate-clause beetkrijgen
beetkrijgend onvoltooid deelwoord beetkrijgen
beetkrijgende woordvorm beetkrijgen
beetkrijgt subordinate-clause, tegenwoordige tijd beetkrijgen
kreeg beet verleden tijd beetkrijgen
kregen beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beetkrijgen
krijg beet gebiedende wijs beetkrijgen
krijge beet woordvorm beetkrijgen
krijgen beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon beetkrijgen
krijgt beet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beetkrijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beetkrijgen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over beetkrijgen

Wat is de betekenis van beetkrijgen?
Beetkrijgen is een werkwoord. De betekenis is: te pakken krijgen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik beetkrijgen?
Zo vervoeg je beetkrijgen zo: het voltooid deelwoord is beetgekregen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beetkrijgen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. K 3
  6. R 2
  7. I 1
  8. J 4
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beetkrijgen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. K 3
  6. R 2
  7. I 2
  8. J 4
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beetkrijgen in het kort

beetkrijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van beetkrijgen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beetkrijgen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beetkrijgen: te pakken krijgen
Deel beetkrijgen — standaardnederlands.nl