onderkleed
zelfstandig naamwoord ˈɔndərˌkletBetekenis
- kleding die onder andere kleding gedragen wordt
- een kleed dat ligt onder een bovenkleed ligt
Hoe spreek je onderkleed uit?
/ˈɔndərˌklet/
Onderkleed bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| l | land |
| e | veel |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onderklederen | meervoud |
| onderkleedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| onderkleedjes | verkleinwoord, meervoud |
| onderkleren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van onder en kleed
Woordfamilie van onderkleed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderklederen | meervoud | onderkleed |
| onderkleedje | verkleinwoord | onderkleed |
| onderkleedjes | verkleinwoord meervoud | onderkleed |
| onderkleren | meervoud | onderkleed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderkleed zijn vastgelegd.