weerprofeet
zelfstandig naamwoord ˈwerproˌfetBetekenis
- iemand die het weer tracht te voorspellen zonder hiervoor een computer te gebruiken of naar het KNMI te luisteren
Hoe spreek je weerprofeet uit?
/ˈwerproˌfet/
Weerprofeet bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| r | rood |
| p | pak |
| o | boot |
| f | fiets |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weerprofeten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van weer en profeet
Woordfamilie van weerprofeet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weerprofeten | meervoud | weerprofeet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weerprofeet zijn vastgelegd.