aïs
zelfstandig naamwoord ɑˈjɪsBetekenis
- een halve toon verhoogde toon 'a'
- de grondtoon (tonica) van de “aïs-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladder
- de grondtoon van het “aïs-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
Hoe spreek je aïs uit?
/ɑˈjɪs/
Aïs bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| j | ja |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een halve toon verhoogde toon "a"
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aïsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aïsjes | verkleinwoord, meervoud |
| aïssen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘met een halve toon verhoogde a’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1890
Woordfamilie van aïs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aïsje | verkleinwoord | aïs |
| aïsjes | verkleinwoord meervoud | aïs |
| aïssen | meervoud | aïs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aïs zijn vastgelegd.