geschiedenis
zelfstandig naamwoord /ɣəˈsxidəˌnɪs/Betekenis
- een verhaal dat het geheel gebeurtenissen rond een bepaald persoon of entiteit beschrijft
- het geheel van gebeurtenissen van het verleden
- de wetenschap die de gebeurtenissen van het verleden beschrijft, geschiedkunde
Hoe spreek je geschiedenis uit?
/xəˈsxidəˌnɪs/
Geschiedenis bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| i | riet |
| d | dak |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (geschiedenisje) | verkleinwoord |
| (geschiedenisjes) | verkleinwoord, enkelvoud |
| geschiedenissen | enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het gebeurde’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van geschiedenis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschiedenisje | woordvorm | geschiedenis |
| geschiedenisjes | meervoud | geschiedenis |
| geschiedenissen | enkelvoud | geschiedenis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geschiedenis zijn vastgelegd.