lis
zelfstandig naamwoord /lɪs/Betekenis
- een plant uit het geslacht Iris.
- een strik of lus gemaakt van een draad of touw.
- list
- twist, betwisting
- rechtsgeding, proces
- het voorwerp van de betwisting of het proces
- vos
- pers
Hoe spreek je lis uit?
/lɪs/
Lis bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord
- en : een geslacht Iris uit de lissenfamilie (Iridaceae). Zowel het geslacht als de soorten worden in de volksmond iris genoemd. Het geslacht kent naast soorten ook vele cultivars. Lissen worden al lang door de mens gebruikt. In de Egyptische piramiden zijn afbeeldingen van lissen te vinden, die stammen uit 1500 v.Chr. De soorten komen voor in de gematigde delen van het noordelijk halfrond, tot in de Filipijnen als zuidgrens masculine, neuter
- /: een strik of lus gemaakt van een draad of touw. feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lisjes | verkleinwoord, meervoud |
| lissen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240.
Woordfamilie van lis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lisje | verkleinwoord | lis |
| lisjes | verkleinwoord meervoud | lis |
| lissen | meervoud | lis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lis zijn vastgelegd.