eïs
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een met een halve toon verhoogde toon 'e'
- de grondtoon (tonica) van de “eïs-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladder
- de grondtoon van het “eïs-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een met een halve toon verhoogde toon "e"
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eïsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eïsjes | verkleinwoord, meervoud |
| eïssen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘met een halve toon verhoogde e’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1890
Woordfamilie van eïs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eïsje | verkleinwoord | eïs |
| eïsjes | verkleinwoord meervoud | eïs |
| eïssen | meervoud | eïs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eïs zijn vastgelegd.