zweten
werkwoord /'zʋetə(n)/Betekenis
- vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huid
- door de huid uitscheiden
Hoe spreek je zweten uit?
/ˈzwetən/
Zweten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zweten
zwetenhele werkwoord — zweetteverleden tijd enkelvoud — zweettenverleden tijd meervoud — (gezweten) *voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zweet | zweette |
| jij | zweet | zweette |
| hij, zij, het | zweet | zweette |
| wij | zweten | zweetten |
| jullie | zweten | zweetten |
| zij | zweten | zweetten |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (gezweten) * | verleden tijd, deelwoord |
| er is gezweet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezweet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezweet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezweet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezweet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezweet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezweet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezweet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezweet | verleden tijd, deelwoord |
| gezweet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezweet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezweet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezweet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezweet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezweet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezweet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezweet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezweet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezweet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezweet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezweet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezweet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezweet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezweet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezweet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezweet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezweet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zweten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zweten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zal gezweet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezweet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezweet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zweten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zweten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zweten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gezweet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezweet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezweet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zweten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zweten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zweten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezweet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezweet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezweet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zweten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zweten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zweten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezweet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zweten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezweet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezweet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezweet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zweten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zweten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zweten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zweten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezweet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zweten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zweet | gebiedende wijs |
| zweette | verleden tijd |
| zwete | aanvoegende wijs |
| zwetend | onvoltooid, deelwoord |
Herkomst
In de betekenis van ‘transpireren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van zweten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezweet | voltooid deelwoord | zweten |
| gezwete | woordvorm | zweten |
| gezweten | woordvorm | zweten |
| zweeten | woordvorm | zweten |
| zweette | verleden tijd | zweten |
| zweetten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zweten |
| zwete | aanvoegende wijs | zweten |
| zwetende | woordvorm | zweten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zweten zijn vastgelegd.