zweetdoek
zelfstandig naamwoord ˈzwedukBetekenis
- doek waarmee men het zweet van het gelaat kan deppen
- doek die om het hoofd gebonden de kaak van de overledene gesloten houdt
- strook stof die om de linker arm van de rooms-katholieke priester werd gedragen tijdens de mis
Hoe spreek je zweetdoek uit?
/ˈzweduk/
Zweetdoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| e | veel |
| d | dak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zweetdoeken | meervoud |
| zweetdoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zweetdoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zweet zn en doek zn
Woordfamilie van zweetdoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zweetdoeken | meervoud | zweetdoek |
| zweetdoekje | verkleinwoord | zweetdoek |
| zweetdoekjes | verkleinwoord meervoud | zweetdoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zweetdoek zijn vastgelegd.