ambtsketen
zelfstandig naamwoord /ɑmtsˈketə(n)/Betekenis
- een halsketting als symbool van het ambt van een hoge ambtsdrager zoals van een burgemeester of een rector van een universiteit
Hoe spreek je ambtsketen uit?
/ɑmtsˈketən/
Ambtsketen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| k | kat |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ambtsketenen | meervoud |
| ambtsketens | meervoud |
| ambtsketentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ambtsketentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ambt en keten met het invoegsel -s-
Woordfamilie van ambtsketen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ambtsketenen | meervoud | ambtsketen |
| ambtsketens | meervoud | ambtsketen |
| ambtsketentje | verkleinwoord | ambtsketen |
| ambtsketentjes | verkleinwoord meervoud | ambtsketen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ambtsketen zijn vastgelegd.