wasdoek
zelfstandig naamwoord ˈwɑzdukBetekenis
- weefsel van linnen, katoen of jute, dat aan één zijde met vernis uit lijnolie wordt bestreken
- doek waarmee men parketvloeren voorziet van was
- doek waarmee men zich kan wassen
Hoe spreek je wasdoek uit?
/ˈwɑzduk/
Wasdoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| z | zon |
| d | dak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wasdoeken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van was zn en doek zn
Woordfamilie van wasdoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wasdoeken | meervoud | wasdoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wasdoek zijn vastgelegd.