washand
zelfstandig naamwoord ˈwɑshɑntBetekenis
- Meestal van badstof gemaakt zakje waarin de hand past waarmee men de rest van het lichaam kan wassen.
Hoe spreek je washand uit?
/ˈwɑshɑnt/
Washand bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| h | hoed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| washanden | meervoud |
| washandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| washandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van was en hand de verkleinvorm washandje en washandjes worden het vaakste gebruikt.
Woordfamilie van washand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| washanden | meervoud | washand |
| washandje | verkleinwoord | washand |
| washandjes | verkleinwoord meervoud | washand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van washand zijn vastgelegd.