Naar de inhoud

surplacen

zich in evenwicht houden op een stilstaande fiets

surplacen

werkwoord /syrˈplɑsə(n)/

Betekenis

  1. zich in evenwicht houden op een stilstaande fiets
  2. zich balancerend laten voortbollen op de fiets zonder te trappen, meestal om de leiding nillens willens op te dringen aan de tegenstander
  3. passief zijn, de toestand laten zoals hij is zonder in te grijpen

Hoe spreek je surplacen uit?

/syrˈplɑsən/

Surplacen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /syrˈplɑsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
y fuut
r rood
p pak
l land
ɑ bad
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van surplacen

surplacenhele werkwoord — surplaceteverleden tijd enkelvoud — surplacetenverleden tijd meervoud — gesurplacetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik surplace surplacete
jij surplacet surplacete
hij, zij, het surplacet surplacete
wij surplacen surplaceten
jullie surplacen surplaceten
zij surplacen surplaceten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesurplacet verleden tijd, deelwoord
gesurplacet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesurplacet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesurplacet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesurplacet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesurplacet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesurplacet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesurplacet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesurplacet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesurplacet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesurplacet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesurplacet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesurplacet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesurplacet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesurplacet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesurplacet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesurplacet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesurplacet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
surplace gebiedende wijs
surplace aanvoegende wijs
surplacend onvoltooid, deelwoord
surplacete verleden tijd
te hebben gesurplacet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te surplacen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen surplacen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesurplacet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesurplacet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesurplacet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal surplacen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal surplacen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal surplacen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesurplacet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesurplacet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesurplacet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou surplacen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou surplacen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou surplacen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesurplacet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesurplacet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesurplacet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden surplacen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden surplacen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden surplacen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesurplacet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt surplacen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesurplacet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesurplacet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesurplacet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen surplacen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen surplacen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen surplacen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen surplacen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesurplacet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult surplacen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Denominaal afgeleid van surplace.

Woordfamilie van surplacen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesurplacet voltooid deelwoord surplacen
surplacend onvoltooid deelwoord surplacen
surplacende woordvorm surplacen
surplacet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon surplacen
surplacete verleden tijd surplacen
surplaceten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon surplacen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van surplacen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over surplacen

Hoe spreek ik surplacen uit?
Zo spreek je surplacen uit: /syrˈplɑsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van surplacen?
Surplacen is een werkwoord. De betekenis is: zich in evenwicht houden op een stilstaande fiets. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik surplacen?
Zo vervoeg je surplacen zo: de tegenwoordige tijd is surplace, de verleden tijd is surplacete en het voltooid deelwoord is gesurplacet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op surplacen?

Er staan 31 woorden in dit woordenboek die op surplacen rijmen, waaronder wassen, volwassen en plassen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op surplacen, uitspraak syrˈplɑsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
wassen 2
volwassen 3
plassen 2
passen 2
tassen 2
krassen 2
verwassen 3
trassen 2
vlassen 2
nassen 2
aandrijfassen 4
aangewassen 4
autipassen 4
babylancen 4
backstagepassen 4
betekenisnuancen 7
bovenassen 4
gentechgewassen 5
gewassen 3
grassen 2
herderstassen 4
kalebassen 4
kattenrassen 4
modderplassen 4
motorjassen 4
ribbenkassen 4
rondassen 3
spijkerjassen 4
tirassen 3
uniformjassen 6
wandelpassen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord surplacen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. U 4
  3. R 2
  4. P 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. C 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

surplacen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. U 2
  3. R 2
  4. P 4
  5. L 3
  6. A 1
  7. C 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

surplacen in het kort

surplacen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van surplacen staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort surplacen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

surplacen: zich in evenwicht houden op een stilstaande fiets
Deel surplacen — standaardnederlands.nl