Naar de inhoud

plassen

urineren, wateren

plassen is meer dan één woord

plassen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈplɑsə(n)

Betekenis

  1. urineren, wateren

Hoe spreek je plassen uit?

/ˈplɑsən/

Plassen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈplɑsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
l land
ɑ bad
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. via de urinebuis vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen unergative
  2. zich bewegen in een vloeistof (meestal water) intransitive
  3. zich in grote stromen uitstorten intransitive
  4. opspatten intransitive
  5. klaterend stromen intransitive
  6. met behulp van water iets schoonmaken; in deze betekenis vooral in de uitdrukking [zij houden van] wassen en plassen (waarbij het soms ook bet. 1 kan gaan) intransitive
  7. waden intransitive

Vervoeging van plassen

plassenhele werkwoord — plasteverleden tijd enkelvoud — plastenverleden tijd meervoud — geplastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik plas plaste
jij plast plaste
hij, zij, het plast plaste
wij plassen plasten
jullie plassen plasten
zij plassen plasten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geplast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geplast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geplast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geplast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geplast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geplast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geplast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geplast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geplast verleden tijd, deelwoord
geplast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geplast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geplast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geplast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geplast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geplast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geplast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geplast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geplast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geplast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geplast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geplast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
plas gebiedende wijs
plasse aanvoegende wijs
plassend onvoltooid, deelwoord
plaste verleden tijd
te hebben geplast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te plassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen plassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geplast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geplast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal plassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal plassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal plassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geplast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou plassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou plassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou plassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geplast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden plassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden plassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden plassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geplast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt plassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geplast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geplast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geplast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen plassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen plassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen plassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen plassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geplast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult plassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord plas

Herkomst

ww: klanknabootsing of afgeleid van plas zn met het achtervoegsel -en **[1]: in de betekenis van ‘urineren’ aangetroffen vanaf 1950 **[2]: In de betekenis van ‘in water bewegen, klotsen’ aangetroffen vanaf 1599

Woordfamilie van plassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geplast voltooid deelwoord plassen
geplaste woordvorm plassen
plasse aanvoegende wijs plassen
plassend onvoltooid deelwoord plassen
plassende woordvorm plassen
plast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon plassen
plaste verleden tijd plassen
plasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon plassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over plassen

Hoe spreek ik plassen uit?
Zo spreek je plassen uit: /ˈplɑsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van plassen?
Plassen is een werkwoord. De betekenis is: urineren, wateren. In totaal staan er 8 betekenissen.
Hoe vervoeg ik plassen?
Zo vervoeg je plassen zo: de tegenwoordige tijd is plas, de verleden tijd is plaste en het voltooid deelwoord is geplast. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op plassen?

Er staan 31 woorden in dit woordenboek die op plassen rijmen, waaronder wassen, volwassen en surplacen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op plassen, uitspraak ˈplɑsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
wassen 2
volwassen 3
surplacen 3
passen 2
tassen 2
krassen 2
verwassen 3
trassen 2
vlassen 2
nassen 2
aandrijfassen 4
aangewassen 4
autipassen 4
babylancen 4
backstagepassen 4
betekenisnuancen 7
bovenassen 4
gentechgewassen 5
gewassen 3
grassen 2
herderstassen 4
kalebassen 4
kattenrassen 4
modderplassen 4
motorjassen 4
ribbenkassen 4
rondassen 3
spijkerjassen 4
tirassen 3
uniformjassen 6
wandelpassen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord plassen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

plassen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

plassen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

plassen in het kort

plassen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 8 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van plassen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort plassen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

plassen: urineren, wateren
Deel plassen — standaardnederlands.nl