plassen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈplɑsə(n)Betekenis
- urineren, wateren
Hoe spreek je plassen uit?
/ˈplɑsən/
Plassen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- via de urinebuis vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen unergative
- zich bewegen in een vloeistof (meestal water) intransitive
- zich in grote stromen uitstorten intransitive
- opspatten intransitive
- klaterend stromen intransitive
- met behulp van water iets schoonmaken; in deze betekenis vooral in de uitdrukking [zij houden van] wassen en plassen (waarbij het soms ook bet. 1 kan gaan) intransitive
- waden intransitive
Vervoeging van plassen
plassenhele werkwoord — plasteverleden tijd enkelvoud — plastenverleden tijd meervoud — geplastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plas | plaste |
| jij | plast | plaste |
| hij, zij, het | plast | plaste |
| wij | plassen | plasten |
| jullie | plassen | plasten |
| zij | plassen | plasten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geplast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplast | verleden tijd, deelwoord |
| geplast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plas | gebiedende wijs |
| plasse | aanvoegende wijs |
| plassend | onvoltooid, deelwoord |
| plaste | verleden tijd |
| te hebben geplast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geplast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord plas
Herkomst
ww: klanknabootsing of afgeleid van plas zn met het achtervoegsel -en **[1]: in de betekenis van ‘urineren’ aangetroffen vanaf 1950 **[2]: In de betekenis van ‘in water bewegen, klotsen’ aangetroffen vanaf 1599
Woordfamilie van plassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplast | voltooid deelwoord | plassen |
| geplaste | woordvorm | plassen |
| plasse | aanvoegende wijs | plassen |
| plassend | onvoltooid deelwoord | plassen |
| plassende | woordvorm | plassen |
| plast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plassen |
| plaste | verleden tijd | plassen |
| plasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plassen zijn vastgelegd.