nassen
werkwoord ˈnɑsə(n)Betekenis
- eten of snoepen
Hoe spreek je nassen uit?
/ˈnɑsən/
Nassen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van nassen
nassenhele werkwoord — nasteverleden tijd enkelvoud — nastenverleden tijd meervoud — genastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nas | naste |
| jij | nast | naste |
| hij, zij, het | nast | naste |
| wij | nassen | nasten |
| jullie | nassen | nasten |
| zij | nassen | nasten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| genast | verleden tijd, deelwoord |
| genast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nas | gebiedende wijs |
| nasse | aanvoegende wijs |
| nassend | onvoltooid, deelwoord |
| naste | verleden tijd |
| te hebben genast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal genast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou genast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands naschen, cognaat met nasjen
Woordfamilie van nassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genast | voltooid deelwoord | nassen |
| nas | gebiedende wijs | nassen |
| nasse | aanvoegende wijs | nassen |
| nassend | onvoltooid deelwoord | nassen |
| nassende | woordvorm | nassen |
| nast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nassen |
| naste | verleden tijd | nassen |
| nasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nassen zijn vastgelegd.