onderhandelen
werkwoord ˌɔndərˈhɑndələ(n)Betekenis
- overleggen om tot een afspraak te komen
Hoe spreek je onderhandelen uit?
/ˌɔndərˈhɑndələn/
Onderhandelen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van onderhandelen
onderhandelenhele werkwoord — onderhandeldeverleden tijd enkelvoud — onderhandeldenverleden tijd meervoud — onderhandeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderhandel | onderhandelde |
| jij | onderhandelt | onderhandelde |
| hij, zij, het | onderhandelt | onderhandelde |
| wij | onderhandelen | onderhandelden |
| jullie | onderhandelen | onderhandelden |
| zij | onderhandelen | onderhandelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is onderhandeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderhandeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderhandeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderhandeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderhandeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderhandeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderhandeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderhandeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderhandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderhandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderhandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderhandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderhandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderhandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderhandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderhandeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderhandel | gebiedende wijs |
| onderhandeld | verleden tijd, deelwoord |
| onderhandeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderhandeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderhandelde | verleden tijd |
| onderhandele | aanvoegende wijs |
| onderhandelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onderhandeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderhandelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderhandelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal onderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden onderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt onderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen onderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderhandelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult onderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en handelen ww
Woordfamilie van onderhandelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderhandel | gebiedende wijs | onderhandelen |
| onderhandeld | voltooid deelwoord | onderhandelen |
| onderhandelde | verleden tijd | onderhandelen |
| onderhandelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderhandelen |
| onderhandele | aanvoegende wijs | onderhandelen |
| onderhandelend | onvoltooid deelwoord | onderhandelen |
| onderhandelende | woordvorm | onderhandelen |
| onderhandelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderhandelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderhandelen zijn vastgelegd.