Naar de inhoud

tippelen

op stelen uitgaan

tippelen

werkwoord

Betekenis

  1. op stelen uitgaan
  2. in 'tippelen op': uit zijn op, gecharmeerd zijn van
  3. bezig zijn met straatprostitutie
  4. lopen, wandelen (met korte, vlugge pasjes)

Vervoeging van tippelen

tippelenhele werkwoord — tippeldeverleden tijd enkelvoud — tippeldenverleden tijd meervoud — getippeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tippel tippelde
jij tippelt tippelde
hij, zij, het tippelt tippelde
wij tippelen tippelden
jullie tippelen tippelden
zij tippelen tippelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getippeld verleden tijd, deelwoord
getippeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getippeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tippelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tippel gebiedende wijs
tippelde verleden tijd
tippele aanvoegende wijs
tippelend onvoltooid, deelwoord
zal getippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘de baan opgaan (van hoeren)’ voor het eerst aangetroffen in 1906

Woordfamilie van tippelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getippeld voltooid deelwoord tippelen
tippelde verleden tijd tippelen
tippelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tippelen
tippele aanvoegende wijs tippelen
tippelend onvoltooid deelwoord tippelen
tippelende woordvorm tippelen
tippelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tippelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tippelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over tippelen

Wat betekent tippelen?
Tippelen is een werkwoord. Het woord betekent: op stelen uitgaan. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tippelen?
Je vervoegt tippelen als volgt: de tegenwoordige tijd is tippel, de verleden tijd is tippelde en het voltooid deelwoord is getippeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tippelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. I 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tippelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. I 2
  3. P 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tippelen in het kort

tippelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tippelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tippelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tippelen: op stelen uitgaan
Deel tippelen — standaardnederlands.nl