wandel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gedrag, houding, levenswijze
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wandeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wandeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wandelen
- gebiedende wijs van wandelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wandelen
Vervoeging van wandel
wandelhele werkwoord
Herkomst
van het Middelnederlands wandel
Woordfamilie van wandel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wandeltje | verkleinwoord | wandel |
| wandeltjes | verkleinwoord meervoud | wandel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wandel zijn vastgelegd.