voorteken
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een min of meer vaag signaal dat aan een gebeurtenis voorafgaat
- het voor een getal genoteerde plus- of minteken
- een symbool op of tussen de lijnen van een notenbalk dat aangeeft dat vanaf dat punt, de toonhoogte hoger (kruis) of lager (mol) moet zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voortekenen | meervoud |
| voortekens | meervoud |
| voortekentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voortekentjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voortekenen
Vervoeging van voorteken
voortekenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van voor en teken
Woordfamilie van voorteken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voortekens | meervoud | voorteken |
| voortekentje | verkleinwoord | voorteken |
| voortekentjes | verkleinwoord meervoud | voorteken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorteken zijn vastgelegd.