voortekenen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- Vooraf, van tevoren tekenen
Vervoeging van voortekenen
voortekenenhele werkwoord — tekende voorverleden tijd enkelvoud — tekenden voorverleden tijd meervoud — voorgetekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | teken voor | tekende voor |
| jij | tekent voor | tekende voor |
| hij, zij, het | tekent voor | tekende voor |
| wij | tekenen voor | tekenden voor |
| jullie | tekenen voor | tekenden voor |
| zij | tekenen voor | tekenden voor |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorgetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voorgetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voortekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teken voor | gebiedende wijs |
| tekende voor | verleden tijd |
| voor te tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voor te zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor zal tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zou tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zouden tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zoudt tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voor zullen tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zult tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| voorgetekend | verleden tijd, deelwoord |
| voorgetekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorgetekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorteken | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voortekende | bijzin, verleden tijd |
| voortekenden | bijzin, verleden tijd |
| voortekenend | onvoltooid, deelwoord |
| voortekent | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zal voorgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voortekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zou voorgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voortekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) voortekenen voor zou(dt) tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voortekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voorgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voortekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen voorgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voorgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voorgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voortekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen voortekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zult voorgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voortekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult voortekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal voortekenen voor zult/zal tekenen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord voorteken
Herkomst
samenstelling van voor en tekenen
Woordfamilie van voortekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teken voor | gebiedende wijs | voortekenen |
| tekende voor | verleden tijd | voortekenen |
| tekenden voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voortekenen |
| tekene voor | woordvorm | voortekenen |
| tekenen voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | voortekenen |
| tekent voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voortekenen |
| voorgetekend | voltooid deelwoord | voortekenen |
| voortekende | subordinate-clause, verleden tijd | voortekenen |
| voortekenden | subordinate-clause, verleden tijd | voortekenen |
| voortekene | with-subordinate-clause | voortekenen |
| voortekenend | onvoltooid deelwoord | voortekenen |
| voortekenende | woordvorm | voortekenen |
| voortekent | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voortekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortekenen zijn vastgelegd.