Naar de inhoud

boeren

het boerenvak uitoefenen

boeren is meer dan één woord

boeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈburə(n)

Betekenis

  1. het boerenvak uitoefenen
  2. een vak uitoefenen en daar inkomsten mee verdienen
  3. een boer laten

Hoe spreek je boeren uit?

/ˈburən/

Boeren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈburən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
u boek
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van boeren

boerenhele werkwoord — boerdeverleden tijd enkelvoud — boerdenverleden tijd meervoud — geboerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik boer boerde
jij boert boerde
hij, zij, het boert boerde
wij boeren boerden
jullie boeren boerden
zij boeren boerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
boer gebiedende wijs
boerde verleden tijd
boere aanvoegende wijs
boerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geboerd verleden tijd, deelwoord
geboerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geboerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geboerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geboerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geboerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geboerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geboerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geboerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geboerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geboerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geboerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geboerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te boeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geboerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen boeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal boeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal boeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal boeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geboerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geboerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou boeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou boeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou boeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geboerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden boeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden boeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden boeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geboerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt boeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geboerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen boeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen boeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen boeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen boeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geboerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult boeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geboerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord boer

Herkomst

Afgeleid van boer met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van boeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
boerde verleden tijd boeren
boerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon boeren
boere aanvoegende wijs boeren
boerend onvoltooid deelwoord boeren
boerende woordvorm boeren
geboerd voltooid deelwoord boeren
geboerde woordvorm boeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over boeren

Hoe spreek ik boeren uit?
Zo spreek je boeren uit: /ˈburə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van boeren?
Boeren is een werkwoord. De betekenis is: het boerenvak uitoefenen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik boeren?
Zo vervoeg je boeren zo: de tegenwoordige tijd is boer, de verleden tijd is boerde en het voltooid deelwoord is geboerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op boeren?

In dit woordenboek rijmen 22 woorden op -oeren op boeren, zoals voeren, ontvoeren en verroeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op boeren, uitspraak ˈburən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeren 2
ontvoeren 3
verroeren 3
snoeren 2
koekeloeren 4
koeren 2
loeren 2
poeren 2
autoboeren 4
badkamervloeren 5
campagnevoeren 5
chocoladehoeren 6
deeltijdboeren 4
lorrenboeren 4
moffenhoeren 4
mosselhoeren 4
noppeshoeren 4
sloeren 2
vloeren 2
wedervoeren 4
witlofboeren 4
witloofboeren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord boeren is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

boeren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

boeren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

boeren in het kort

boeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van boeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort boeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

boeren: het boerenvak uitoefenen
Deel boeren — standaardnederlands.nl