voertuig
zelfstandig naamwoord ˈvurtœyxBetekenis
- vervoermiddel met wielen of glijvlakken voor het vervoer over land van personen en goederen
Hoe spreek je voertuig uit?
/ˈvurtœyx/
Voertuig bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| u | boek |
| r | rood |
| t | tak |
| œy | huis |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- door de mens gemaakt vervoermiddel, gewoonlijk op wielen of glijvlakken, voor het verplaatsen over land van personen en goederen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voertuigen | meervoud |
| voertuigje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voertuigjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vervoermiddel over land’ voor het eerst aangetroffen in 1707.
Woordfamilie van voertuig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voertuigen | meervoud | voertuig |
| voertuigje | verkleinwoord | voertuig |
| voertuigjes | verkleinwoord meervoud | voertuig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voertuig zijn vastgelegd.